Innovativiteit en ProbleemoplossenDe trainingen probleemoplossen en innovativiteit zijn gebaseerd op het adaptor/innovator-model van Michael Kirton. Dit model gaat ervan uit dat mensen van nature meer geneigd zijn om zich ofwel als adaptor ofwel als innovator op te stellen bij het benaderen van problemen en nieuwe, onbekende situaties. Kirton heeft ook de Kirton Adaptation Inventory (KAI) ontwikkeld, een meetinstrument om de neiging tot adaptiviteit of innovativiteit van individuen te meten. Hieronder staan de begrippen adaptor en innovator in zwart/wit termen beschreven. In realiteit komt men weinig zuivere adaptors of innovators tegen.De adaptor Een adaptor is iemand die sterk in structuren en modellen denkt, en ook zo lang mogelijk aan die structuren vast probeert te houden. Als hij een nieuwe situatie tegenkomt die niet ingepast kan worden in zijn bestaande wereldbeeld, dan zal hij in eerste instantie proberen om de nieuwe situatie te ontkennen of ontwijken. Wordt hij uiteindelijk toch gedwongen om zijn wereldbeeld aan te passen, dan zal hij zoveel mogelijk van zijn oude wereldbeeld in stand houden, en de aanpassingen tot een minimum beperken. Adaptors worden door innovators gezien als systematisch werkende mensen, die erg sterk zijn in de beheerskant van een organisatie. Veranderingen bezorgen hun veel stress, vooral als de uitkomst van de veranderingen niet vaststaat. De innovator Een innovator is iemand die er genoegen in schept om nieuwe zaken op te zoeken. Hij past zijn wereldbeeld voortdurend aan, en vindt het belangrijker om een kick te halen uit nieuwigheden, dan een sluitend wereldbeeld te hebben. Met genoegen gaat hij op zoek naar zaken die hem in staat stellen vaste patronen en bestaande systemen te verstoren. Innovators worden door adaptors vaak gezien als chaoten, die overlopen van de nieuwe ideeën. Ze zijn vaak niet in staat om tot volledige implementatie van hun vernieuwende ideeën te komen zonder brokken te maken. Bij de interactie tussen innovators en adaptors wil er vaak iets mis gaan. Beiden bekijken elkaar met argwaan, en de kwalificaties die men over en weer uitdeelt, hebben over het algemeen een negatieve ondertoon. Bij al onze trainingen op het gebied van probleemoplossen en innovatie besteden we daarom aandacht aan de interactie tussen adaptors en innovators. Een juist begrip voor de instelling van de ander zorgt er namelijk niet alleen voor dat de frictie afneemt, maar dat men ook gebruik kan maken van elkaars sterke kanten. Trainingsopbouw Het aanleren van innovativiteitstechnieken heeft pas zin wanneer de deelnemers zich bewust zijn welke processen zich afspelen bij probleemoplossen, en als zij in staat zijn om blokkades en processen te benoemen. Pas als deelnemers daartoe in staat zijn, wordt namelijk de zin van veel technieken duidelijk. Vandaar dat de trainingsvolgorde van een innovativiteitstraining er als volgt uitziet: het aanleren van innovatieve technieken interactie met anderen < vorige pagina << terug naar de welkomspagina |